Neurofeedback en Depressie
In Amerika wordt biofeedback vooral toegepast in gevallen van angststoornissen en stressmanagement. Binnen deze condities is het trainen van perifere relaxatie door middel van biofeedback erg behulpzaam. Helaas zijn de technieken niet te gebruiken bij de veel vaker voorkomende gevallen van depressie, zoals de unipolaire depressie, reactieve depressie, seizoensgebonden stemmingsstoornissen, bipolaire stoornissen en PMS. Vaak wordt angst waargenomen bij depressie, de traditionele biofeedback behandeld in die gevallen uitsluitend de angsttoestanden waarbij de onderliggende depressie echter niet verbetert. Depressie vraagt om een training op een ander niveau. EEG Biofeedback (neurofeedback) biedt een nieuwe mogelijkheid om zowel depressie als angst te behandelen. Dit is het geval omdat neurofeedback van invloed is op het onderliggende mechanisme waarmee de hersenen de fysiologische waakzaamheid regelen.
Op deze manier kan een normale regulatie van dit bewustzijn worden hersteld. Dit betekent onder meer dat de slaap genormaliseerd wordt en dat daardoor het normale (niet depressieve) reactiepatroon wordt hersteld. Andere voordelen van de training kunnen eveneens optreden. In gevallen van chronische pijnklachten, die mogelijk zelfs de depressie veroorzaken, kunnen de klachten, of de effecten daarvan, geremedieerd worden. De training lijkt effectief te zijn onafhankelijk van de oorzaak van de depressie. Of de depressie nu wordt veroorzaakt door een genetische predispositie (erfelijke factor) , een jeugdtrauma of een ander traumatische (fysieke of emotionele) ervaring, of zelfs het gevolg is van een onbekende fysiologische verandering. Tijdens de trainingen is het mogelijk dat het gevoel ontstaat dat de antidepressiva niet meer nodig zijn. Men dient daardoor onder behandeling te blijven van de arts die de medicatie voorschrijft zodat daarmee in overleg de dosering van de medicatie zou kunnen worden bekeken.
Neurofeedback helpt stemmingsstoornissen te controleren zoals angst en depressie of problemen met het centrale zenuwstelsel, zoals een gedragsstoornis, driftbuien, ADHD, slaapstoornissen, epilepsie en cognitieve disfunctie ten gevolge van hoofdletsel of een beroerte.